Monday, July 20, 2009

VS – Yes we can

Een lange rij voor de balie van de autoverhuurmaatschappij. Een hele lange rij. Maar we hebben geduld. Reken maar. We mopperen niet, we zeuren niet en klagen doen we al helemaal niet. Want we are on a mission. We hebben een auto te huren, die we allebei mogen besturen. Geen stennis maken dus, want stel je voor dat ze ons in de gaten krijgen. Voetje voor voetje komen we dichterbij. De mensen die aan de beurt zijn nemen uitgebreid de tijd om over elke keuze rustig en goed na te denken. Alsof het een om een koffie gaat. De mensen voor ons en de mensen achter ons beginnen hun geduld te verliezen. Maar wij zijn cool.
En dan mogen we. Eindelijk. The moment of truth. We stappen zelfverzekerd op de medewerkster af. Een Koreaans oud vrouwtje. Ze begroet ons alsof we haar beste vrienden zijn. We geven onze reservering door. Ze tikt het nummer in. We geven het rijbewijs van Piron. Ze tikt het nummer in. We geven onze creditcard. Ze tikt het nummer in. En dan stellen we de vraag. Can I be enlisted as an additional driver? Ze kijkt ons aan. Wij kijken terug. Dan gaat opeens het brandalarm af.
Er heerst lichte verwarring. Iedereen moet naar buiten, maar niemand maakt aanstalten, bang om hun plek in de wachtrij te verliezen natuurlijk. Medewerkers trekken hun jassen aan en staan op het punt te verdwijnen. Is er nou brand of niet? Het kan ons niks schelen, wij blijven gewoon staan, precies op de plek waar we zojuist de vraag stelden. Na lang aarzelen besluit het Koreaanse vrouwtje haar jas uit te doen en ons verder te helpen.
Yes?
An additional driver. Me. Is that possible?
Are you married?
Yes.
No extra charge.
So?
Yes you can.
Yes we can?
Yes you can. Do you like red car?
Even later stonden we bij de auto. Rood inderdaad. En groot. En gloednieuw. Ik stapte in en wilde meteen wegrijden, hup, de woestijn in, maar de vreemde pook deed me toch even aarzelen. We riepen een medewerker bij ons die een korte uitleg gaf, en vijf minuten later reed ik over Highway 101, richting Monterey Bay, met de airco aan, Piron aan mijn zijde, en hetzelfde gevoel dat cowboys moeten hebben als ze voor het eerst een wild paard berijden.


Grotere kaart weergeven

We kwamen enkele uren later aan in Monterey, een plaatsje aan de kust van de Grote Oceaan. We checkten in bij een echt budgethotel, Piron deed een dutje, ik vroeg de buren of ze wat zachter konden doen, en even later gingen op pad. We zagen zeeleeuwen, albatrossen (of iets dergelijks) en een prachtige kustlijn. We aten op de Fisherman’s Warf in een restaurant waar het eten aan je tafel wordt gebakken. We werden aan een tafel geplaatst met vier typisch Amerikaanse vrouwen, vol en luidruchtig. Een van hen had een roze kroon op d’r hoofd en een roze sjerp om, waarop stond: Birthday Princess. Zo viert men blijkbaar elkaars verjaardag. Het restaurantpersoneel kwam speciaal voor haar nog een liedje zingen (dat is blijkbaar ook een gewoonte). Een goed gesprek met de dames zat er echter niet in. Een van hen vroeg op een gegeven moment waar we vandaan kwamen.
The Netherlands.
What?
Holland.
What?
Europe.
Ah… Europe…
Ze bleef lange tijd stil, broedend op een goede vraag. Na enige tijd was ze er uit:
So. What’s the weather like over there?
We rekenden snel af en gingen terug naar het hotel.

0 reacties: