Sunday, July 26, 2009

VS - De Canyon

En dan. De Canyon. De Grand Canyon. Daar gingen we dan. We hadden een goedkoop hotel geboekt in Williams, op ongeveer anderhalf uren rijden van het Grand Canyon National Park. Een hotel dichter bij of op het park was niet meer mogelijk, alles was volledig volgeboekt. Geen probleem, het is heerlijk autorijden hier. De snelheid overschrijdt nooit de 65 mijl per uur (ongeveer 105 kilometer per uur), het is overal rustig op de weg, en waar het druk is rijdt iedereen heel relaxed. Het is kortom wat je je voorstelt bij 'cruisen'. Dat is wat je hier doet. Gevolg: Piron heeft nog geen enkele keer achter het stuur gezeten en heeft nog steeds geen flauw idee hoe een automaat werkt.


Grotere kaart weergeven

Naar het Grand Canyon National Park rijden is eigenlijk heel gek, omdat je verwacht in de verte al de eerste contouren te zien van rotsen of bergen of iets dergelijks. Maar tot en met de canyon zelf zie je helemaal niets, behalve de weg die langzaam omhoog gaat te midden van weidse woestijnachtige landschappen.
Onze eerste blik op de Grand Canyon was helaas een beetje een vertroebelde. We kwamen aan in het park, parkeerden de auto op de eerste de beste plek die we konden vinden (het was er ontzettend druk) en liepen opvallend gehaast recht langs de Canyon linea recta richting het Visitor Center; daar konden we schuilen voor een enorme regenbui en daar waren hopelijk toiletten te vinden, waar vooral ik even grote behoefte aan had. Al snelwandelend konden we vanuit onze ooghoeken een eerste blik op de Canyon werpen, en dat was al zo indrukwekkend dat we bijna ons evenwicht verloren. Laat staan toen de regen was opgehouden en nood was geweken. Wat kan de natuur toch indrukwekkend zijn. De uitgestrektheid, de enorme diepte, de kleuren, de kloven en natuurlijk de Colorado Rivier, die zich als een boze slang dwars door canyon beweegt.
We zijn twee keer naar het national park geweest om de canyon te verkennen en te beleven. De eerste keer zijn we een flink stuk langs de South Rim van de canyon gaan wandelen, de zogenaamde rimtrail. Dan loop je als het ware langs de rand van de canyon, die als een grote breuk de aarde doorklieft.





De volgende dag zijn we weer teruggekeerd, en nu met als doel om een wandeling te maken waarbij je de canyon IN gaat, op een oud pad dat zigzaggend maar razendsnel afdaalt naar de Colorado Rivier. Echter, borden hadden ons al gewaarschuwd dat op 1 dag naar de Colorado Rivier lopen én weer terug naar boven niet aan te raden was, dus besloten we om ongeveer een uur af te dalen en dan weer terug keren.




Maar wat een ervaring was dat! Over een smal pad vol losse stenen steil naar beneden, rakelings langs een ondenkbaar diepe afgrond, om je heen zie je alleen maar canyon en boven je zweven grote condors alsof ze wachten op een valpartij.




Na ongeveer een half uur afdalen kwamen we uit op een punt uit waarbij we dachten: we moeten nog terug. Omhoog. We rustten even uit en genoten van het bijzondere uitzicht. Net als een eekhoorntje dat naast ons op dezelfde rots zat.



Het leek bijna geënsceneerd door Walt Disney, zo rustig en mooi zat dat schattige diertje daar midden in die ruige natuur, en heel even dacht ik: die Amerikanen maken het wel heel erg bont.

We liepen terug omhoog, zwetend, puffend, veel water drinkend en nauwelijks om ons heen kijkend. Het was veel zwaarder dan ik had gedacht. Eenmaal boven kwamen we een jongen tegen die juist op het punt stond helemaal naar beneden af te dalen, om bij de Colorado Rivier te overnachten en de volgende dag weer terug omhoog te lopen. Wow. Hij had een soort ranger pakje aan en praatte over z'n onderneming alsof ie wat boodschappen ging doen. Ook toen bekroop me weer heel even dat Disney-gevoel. En terwijl ik verder uitpufte en m'n kuitspieren een beetje oprekte, stelde ik me voor hoe deze ranger-achtige jongen halverwege de route plotseling een klein eekhoorntje zou zien, in nood, bengelend met zijn staartje aan de punt van een flinterdunne uitstekende rots recht boven de afgrond. De jongen kan misschien het diertje redden, maar dan moet hij wel zijn bagage naast zich neerleggen. Hij probeert het, hij gaat ervoor, legt zijn backpack met al zijn voorraad aan eten en drinken terzijde, klimt moedig op de rots, klautert en balanceert naar voren, en weet het diertje nét voordat het de diepte in valt te redden. Hij kruipt met het diertje op z'n schouder voorzichtig terug, maar als hij van de rots probeert af te komen stoot hij zijn backpack om, dat van het pad afglijdt en in de donkere canyon verdwijnt. Het eekhoorntje schiet van schrik weg. De jongen heeft niks meer. Het wordt donker, de weg naar boven is te lang en te gevaarlijk, de weg naar beneden eveneens. Het einde is nabij. De jongen besluit toch naar beneden te lopen, zijn backback te zoeken, maar al gauw krijgt hij last van uitdrogingsverschijnselen en oververmoeidheid en honger en dorst. Hij valt neer en zakt ver weg in een diepe coma...
Een lange tijd later opent hij heel langzaam zijn ogen weer. Hij kijkt om zich heen, en als hij eenmaal gewend is aan het licht ziet overal eekhoorntjes, honderden eekhoorntjes, die hem allemaal aankijken en allemaal blij lijken te zijn dat hij weer wakker is geworden. De rest is Disney. Vul maar aan.

We stapten in de auto, reden naar de uitgang van het park, aten een hamburger bij Wendy's, reden terug naar het hotel en maakten plannen voor de trip van de volgende dag: The Painted Desert en de Monument Valley. Pas daarna, liggend in bed met mijn ogen wagenwijd open, kon ik de diepte van de canyon eindelijk laten bezinken.

0 reacties: