Wednesday, March 7, 2007

Omliggend gesteente

Jeroen Flamman
Alsof ik hier mezelf voor de gek zit te houden! Hoe groot moet het offer zijn? Wanneer begint het in godsnaam? Wanneer krijg ik weer die drang, dat gevoel dat alles moet wijken voor belangrijke woorden die op papier gezet moeten worden? Is dit een writer’s block? Ha! Flauwekul! Inspiratie in overvloed. Ik hoef maar achterom te kijken en hup, daar ligt weer een verhaal op de loer, wachtend om verteld te worden, het ligt er zomaar, klaar om vereeuwigd te worden met mooie woorden en prachtige zinnen, alleen maar even uitschrijven, dat is alles. Zoals Michelangelo zijn David zag, zo zie ik overduidelijk al die verhalen liggen, open en bloot in mijn herinnering. Michelangelo hoefde slechts het omliggend gesteente weg te hakken. Maar waarom schrijf ik de verhalen niet op? Ik wil het. Zo graag! Ik strook m’n mouwen op, haal diep adem, ik masseer m’n slapen en kraak m’n vingers alvorens ze gretig vlak boven al die toetsen te laten zweven; ik beweeg ze, vinger voor vinger, allemaal tegelijk, begrijp opeens waar de term vingervlug vandaan komt, maar de toetsen daadwerkelijk aanraken? De toetsen in heerlijk tempo indrukken? De letters en woorden en zinnen en alinea’s en verhalen soepel op het scherm zien verschijnen? Niks ervan! Nog geen kiezelsteentje dichter bij de David! Wat houdt me tegen? Als ik de deskundigen moet geloven ben ik te gelukkig. Onvoldoende armoedig en eenzaam, depressief en uitzichtloos. Pas wanneer je in een diepe afgrond bent gestort, kun je omhoog kijken. Zeggen ze. En voĆ­la, daar heb je het inzicht. Schrijf het op en je hebt een meesterwerk. Prietpraat. Ik ben ongelukkig zat, daar ligt het niet aan. Ik dompel me dagelijks onder in de ellende. Dat is een talent. Alsof ik er voor geboren ben. Ik teer op oploskoffie en roze koeken, ik mijd contacten zoals migrainepatiĆ«nten het licht, mijn gordijnen laat ik gesloten en ik val pas in slaap na een flinke teug van een fles sterke drank en een mechanische masturbatie. Mijn bed verschoon ik nauwelijks, de lakens zijn net zo vergeeld als m’n tanden en net zo vet als m’n haar. In de gang ligt een enorme berg ongeopende enveloppen, ongetwijfeld vol belangrijke zaken, rekeningen en aanmaningen, maar niets zo belangrijk als het verwoorden van de verhalen. Toch duidelijke tekenen van verval, lijkt me zo. Het stadium van me zorgen maken ben ik al gepasseerd, verrassend eenvoudig, want zorgen zijn gericht op de toekomst. En mijn toekomst heb ik al vroeg achter me gelaten. Maar ik treur niet om mezelf. Geen sprake van. Ik ben een harde. Mijn geluk is een prachtig offer, daar hoef ik niet over na te denken. Een kleine prijs mag ik wel ik zeggen. Een buitenkansje. Daar kan ik het niet voor laten liggen. Het schrijven. Het schrijven, God Lieve Heer! Het schrijven! Komt er nog wat van? Heb ik iets over het hoofd gezien? Of zit U daar soms stiekem in Uw Vuist te gniffelen! Wat een rotstreek! Maar het spel is uit, Grappenmaker die U er bent. Ik ga schrijven! Net zolang U het lachen is vergaan. Ik ga schrijven. En de brokstukken smijt ik recht in Uw Gelaat.

0 reacties: