Jeroen Flamman
…
Ik lag op mijn rug en hield met beide handen de bladzijde omhoog. De regen beukte op het raam alsof hij binnen wilde dringen. Ach Hamsun, zei ik, ouwe makker, wat moet er van mij komen? Hier lig ik, knarsetandend af te wachten tot mijn droom vervult zal worden. Waarom dompel ik mij niet onder in de honger, zoals jij, wadend door ellende, vechtend voor een schrijversleven? Is dat zelfzuchtig? Ik hoef toch niemand in de steek te laten? Hoe speelde je het klaar? Moet ik harder dromen? Moet de wens alles overschrijden, het leven, de zin ervan, is dat het soms? Moeten de ramen beslaan van de droom die ik uitadem? Ik zuchtte diep. Ik stond weer op en liep naar de muur naast de deur, de bladzijde in mijn handen geklemd. Daar hingen ze, stuk voor stuk, de stemmen van de goden. Meesterwerkjes op een velletje, fragmenten als portretten aan de wand. Ik smeekte ze, geef mij de raad die ik nodig heb. Neem me in vertrouwen, alstublieft, ik ben wanhopig. En ze spraken allemaal, ze vertelden mij de wonderlijkste zinnen en probeerden mij gerust te stellen. Ik las elke regel, absorbeerde ieder leesteken, ik staarde naar de witregels en luisterde in stilte naar hun woorden en al snel was ik in tranen van ontroering. Even later kalmeerde mijn geest. Bedankt jongens, zei ik. En jij ook, beste Hamsun, hoewel ik vrees dat je me niet kunt niet helpen. Ik bracht hem naar de muur en zocht een plekje voor hem uit. Tussen Fante en Auster, wat dacht je ervan? Toch geen slechte plek voor een ouwe hongerlijder. Ik hield hem op zijn plaats en duwde er een punaise in. Daar ga je jongen, zei ik. Geniet van je onderkomen, ik zal zorgen dat je niks tekort komt.
…
1 reacties:
ehh... attractive thoughts..
Post a Comment