Jeroen Flamman
Het was een slechte, de winter van 1986. Ze liep die nacht naar huis, verpakt in een witte sjaal en een rode muts, ze ploegde zich een weg door de stuivende sneeuw die op haar inbeukte als een kudde losgebroken wilden, haar tenen brandend, haar oren bevroren, haar kleren doorweekt tot op haar lichaam, waarin een klein kind ongeduldig lag te wachten om geboren te worden. Ze had haast, ze voelde de drang van haar kind, vocht dapper tegen de zweepslagende krampen, ze bleef maar lopen en hield met twee handen stevig haar buik vast als om het kind nog even binnen te houden. Maar het kind liet zich niet binnenhouden en zocht eigenwijs haar weg naar buiten, daar, in de nachtelijke sneeuw van die slechte winter van 1986.
Annemieke Luijn. Gewikkeld in de witte sjaal en rode muts van haar uitgeputte moeder doorstond ze de eerste kou van haar leven, en werd ze veilig naar huis gebracht.
Annemieke Luijn. De winter hield van haar en zij hield van de winter en dat is al die jaren zo gebleven. Ze werd groter, ze werd volwassen, en elke winter zocht zij de kou op, de sneeuw, de ijzige wind, altijd stevig gewikkeld in diezelfde witte sjaal en rode muts die ooit van haar moeder waren geweest, en die haar veiligste haven waren.
Annemieke Luijn. Donkere krullen, linkshandig en een zorgeloos bestaan. Ze speelde met poppen. Ze ging naar school. Ze kreeg vriendjes en puistjes. Ze maakte ruzie. Ze ontdekte seksualiteit. Ze deed nagellak met glittertjes op de duim van haar linkerhand. Ze speelde viool en ging studeren. En al die jaren schreef ze in een dagboek, dat heimelijk lag verborgen onder haar kussen.
Annemieke Luijn was een meisje om van te houden. En velen hielden van haar, zoveel als zij van de winter.
Ze was trouw. Trouw aan haar dagboek. Zodra ze wakker werd begon ze te schrijven. De verhalen die ze had gedroomd en de dromen die ze wilde gaan vervullen. Elke dag. Elke dag. Ze droomde vooral van 21 december. De eerste dag van de winter.
…
Haar dagboek is gevonden. Verborgen onder haar kussen. Het is gelezen. Maar we zijn niets wijzer geworden. We denken haar te kennen, te doorgronden, maar wat we weten is slechts een laagje zachte sneeuw op een voor ons onbekende bodem. Annemieke Luijn heeft op elke 21 december van de afgelopen jaren steeds hetzelfde ritueel beschreven. Steeds hetzelfde. Namelijk hoe zij in de vroege ochtend op bijna religieuze wijze de witte sjaal en de rode muts uit de kast haalt en voorzichtig naar de kapstok draagt, klaar voor een nieuwe winter. Een raadsel. Dat is het. Want na al die jaren, waarin Annemieke Luijn zó vervuld was van die eerste dag van de door haar zo geliefde winter, is de bladzijde van de laatste 21 december volledig onbeschreven. Leeg. Blanco. Wit als sneeuw. Alsof ze het voorvoelde. Alsof ze is teruggekeerd.
…
Laat me niet alleen.
Toe, vergeet de strijd.
Toe, vergeet de nijd.
Laat me niet alleen,
en die domme tijd,
vol van misverstand, ach,
vergeet hem want,
‘t was verspilde tijd.
…
Nacht. Donkere wereld. Verlaten straten vervoeren de kou. Doodse stilte. Mensen slapen. Mensen dromen. Slechts één meisje ligt in bed met haar ogen geopend, wakker te wachten op de komst van de ochtend. De komst van de winter. Vannacht is de nacht van 21 december.
…
Hoe vaak hebben wij,
met een snijdend woord,
ons geluk vermoord?
Kom, dat is voorbij.
Laat me niet alleen.
Laat me niet alleen.
Laat me niet alleen.
Laat me niet alleen.
…
Zes uur nul. De lucht krijgt kleur. Lichten gaan aan en kranen gaan lopen. De eerste mensen verschijnen op straat. Een enkele auto. Daar, een krantenjongen, zwetend zijn zware fiets vooruit duwend. En daar, een glazenwasser, vrolijk een deuntje fluitend met de ladder op zijn schouder. Er loopt een fanatieke jogger voorbij met een hond aan zijn zij, er is een dronken puber die moeizaam naar huis strompelt, een bakker die hoge rekken met versgebakken broodjes inlaadt. Kijk. Kijk goed. Zij allen betreden het veld van de ochtend, verhuld in doffe klanken en gedempte sferen. Onwetend. Zoals altijd ontwetend, de toekomst onzeker.
…
Vanochtend blijft het helder en koud, één tot twee graden onder nul langs de westkust, in het zuiden van het land kan het plaatselijk zelfs tot tien graden vriezen. De wind komt uit het zuidoosten en is aan zee vrij krachtig, rond kracht 5, maar in de rest van het land zwak tot matig.
…
Zes uur dertig. Een wekker loopt af. Indringend. Tomas ontwaakt. Tomas vloekt. Straks een tentamen en Tomas moet nog studeren. Veel te vroeg. Veel te vroeg. Hij slaat zijn wekker tot stilte en trekt de deken over z’n hoofd. Tomas slaapt verder.
…
Zeven uur drie. Meneer van Duiten ligt op bed. Hij kijkt televisie. Met de afstandbediening in de linkerhand en zijn pik in de rechter. De kamer gevuld met kreunende klanken en vlezige kleuren. Gordijnen gesloten. Meneer van Duiten fantaseert over jonge meisjes. Meneer van Duiten is leraar. Hij maakt zich klaar voor een nieuwe dag.
…
Zeven uur dertien. De deur van de kast. Daar. Op de bovenste plank. De witte sjaal en de rode muts. Veilig. Warm. Gedragen met eerbied. Haar handen strelen de stof. Zachte pluizige wol. Vandaag. Ze fluistert. Vandaag.
…
Zeven uur veertien.
Een oude vrouw.
In een schommelstoel.
Zachtjes wiegend.
Heen en terug.
Heen en terug.
Starend.
Door het raam.
Naar buiten.
Berustend.
Donker.
Berustend.
Naar buiten.
Door het raam.
Starend.
Heen en terug.
Heen en terug.
Zachtjes wiegend.
In een schommelstoel.
Een oude vrouw.
Zeven uur vijftien.
…
Zeven uur drieentwintig. Daphne zit voor de glazen vissenkom en staart naar de vis, die dood op de bodem ligt. Ze kijkt gelukkig. Haar vriend staat onder de douche. De vis is een amphiprion ocelaris. Een amphiprion ocelaris wordt ook wel clownvis genoemd. Of anemoonvis. Of Nemo, als in de gelijknamige Disneyfilm. Maar de vis van Daphne heet Rambo. Ze heeft Rambo gisteravond van haar vriend gekregen. Hij had zelf de naam bedacht. Als beloning mocht hij met Daphne naar bed, zonder condoom. Hij was vergeten te vertellen dat Rambo alleen in zout water kan leven. Daphne staart naar de dode Rambo. Ze kijkt gelukkig. Zíj was vergeten te vertellen dat ze geen pil meer slikt. Rambo is dood. Daphne hoopt dat ze zwanger is.
…
Zeven uur dertig. Ontbijt met koffie en sigaretten. Sjors de concierge. Sjors is chagrijnig en zijn vrouw lapt de ramen. Sjors is alijd chagrijnig. Drinkt gewoon zijn koffie en rookt zijn sigaret. Sjors kijkt afkeurend naar de dikke billen van zijn vrouw. Sjors houdt niet van de dikke billen van zijn vrouw. Zeker niet om zeven uur dertig in de ochtend. Dikke billen die heen en weer wiebelen door het lappen van de ramen. Het verpest de smaak van zijn koffie. Sjors de concierge. Hij vergeet door het gelapte raam naar buiten te kijken. Waar net een meisje op de fiets voorbij komt.
…
Zeven uur achtenvijftig. Tomas draait zich om. Hij slaapt nog steeds. Zijn tentamen begint over tweeëndertig minuten.
…
Op 20 december, de dag voor 21 december, schreef Annemieke Luijn het volgende in haar dagboek:
Je bent er
Je bent er zo dicht bij
Dichtbij als nooit tevoren
Morgen, die grote dag
Waarop mijn hart je zeggen zal
De onschuld is verloren
We vermoeden dat Annemieke Luijn een vriendje had, waarmee ze het de volgende dag wilde uitmaken. Ook al maakt zij op geen enkele bladzijde in haar dagboek melding van enig verliefd contact. Zelfs meisjes met een dagboek hebben zo hun geheimen.
Misschien wel voor zichzelf.
…
Klokslag acht uur. Meneer van Duiten pakt zijn koffer in. Een mapje lesvoorbereidingen en een lunchpakket. Hij zucht. Elke ochtend hetzelfde. Meneer van Duiten gaat gebukt door het leven. Het is een eenzame man, met weinig perspectief op verandering. Meneer van Duiten heeft zijn hoop op morgen gevestigd. Elke ochtend hetzelfde. Morgen. Alsjeblieft. Meneer van Duiten sluit zijn koffer en doet zijn jas aan. Onverschillig voor vandaag.
…
Acht uur drie. De ramen zijn smetteloos. Sjors doet zijn helm op. Zijn vrouw dweilt de vloer. Ver voorover gebukt. Sjors kijkt naar haar dikke billen. Vol afschuw. Hij gaat de deur uit zonder zijn vrouw te zoenen. Zelfs zonder gedag te zeggen. Morgen maar weer, denkt Sjors. Morgen. Zodra hij buiten staat voelt hij zich opgelucht. Sjors is niet meer chagrijnig. Hij is weer conciërge. Hij denkt aan de klussen die op hem wachten. School is never ending onderhoud. Hij stapt op de brommer en snort een nieuwe dag tegemoet.
…
Acht uur vier.
Een oude vrouw.
In een schommelstoel.
Zachtjes wiegend.
Heen en terug.
Heen en terug.
Starend.
Door het raam.
Naar buiten.
Berustend.
Een meisje fietst voorbij.
Berustend.
Naar buiten.
Door het raam.
Starend.
Heen en terug.
Heen en terug.
Zachtjes wiegend.
In een schommelstoel.
Een oude vrouw.
Acht uur vijf.
…
Buskruit is een mengsel van kaliumnitraat, houtskool en zwavel in gewichtsverhoudingen van vijfenzeventig staat tot vijftien staat tot tien. Zo'n combinatie heet een pyrotechnisch mengsel of een sas. De beoogde snelle gas- en hitteontwikkeling is terug te voeren op een klassieke oxidatie. In buskruit wordt het zuurstof uit kaliumnitraat gebruikt voor oxidatie van zwavel en koolstof. Behalve de bestanddelen die verantwoordelijk zijn voor de felle oxidatieve reactie bevatten veel sassen bindmiddelen en stoffen die speciale effecten moeten opwekken. Voor een explosie met een napalmachtig effect is met name het parfum Thruth for Men van Calvin Klein, zeer effectief.
…
Acht uur zes. Er ligt een wit stripje naast de vissenkom. Daphne heeft er overheen gepiest. Ze kijkt er naar. Blauw is goed. Geel is nog maar eens proberen. Rambo ligt nog steeds dood in de vissenkom. Daphne ziet het niet meer. Ze wacht op kleuren. Haar vriend leest de krant.
…
Deflagratie is een snelle, felle verbranding die zich in een sas vanaf het ontstekingspunt voortplant. Of de deflagratie een ontploffing teweegbrengt hangt vooral af van de opsluiting van het sas. Een open schaal buskruit waarin een brandende lucifer wordt geworpen geeft een steekvlam, een heel klein beetje buskruit in een stalen pijp kan een gigantische explosie opwekken. Hier geldt dat de bolvormige rvs-parfumflessen van Boss, In Motion Green, bij uitstek geschikt zijn om een sas in op te sluiten, afgestopt met eenvoudige kinderklei.
…
Acht uur negen. Tomas schrikt wakker. Hij vloekt. Over eenentwintig minuten begint zijn tentamen. Hij springt zijn bed uit en haast zich in zijn kleren die her en der over de vloer verspreid liggen. Hij voelt zich vies. Ik douche vanavond wel, denkt hij.
…
Acht uur tien. Meneer van Duiten in zijn auto. Een donkerblauwe Ford Mondeo. Een echte gezinsauto. Hij rijdt rustig, zorgvuldig om zich heen kijkend. Op zoek. Naar kruisende meisjesblikken. Plotseling stopt hij. Een meisje op de fiets wijkt uit voor een bus en steekt de weg over. Meneer van Duiten geeft graag voorrang aan meisjes. Hij zoekt oogcontact. Maar het meisje is in gedachten verzonken. Ze fietst op haar gemak zijn zichtveld uit. Meneer van Duiten is moe. Hij passeert de bus en rijdt door.
…
Negen bolvormige rvs-parfumflessen van Boss, In Motion Green. Bevestigd aan een doodgewone leren broekriem met ijzerdraad. Gevuld met kaliumnitraat, houtskool, zwavel en parfum. Elke fles is afgestopt met kinderklei. Door de kinderklei is een klein gloeidraadje geprikt, van een eenvoudige 60 Watt gloeilamp met grote fitting. De uiteindes van de gloeidraden aan de binnenkant van de fles steken in een placebo van een goedkope zetpil. De placebo’s zijn gevuld met magnesium. De andere uiteindes van de gloeidraden zijn met elkaar verbonden via een elektriciteitsdraadje, samenkomend in een doodnormaal schakelaartje van een willekeurig bedlampje. Op het schakelaartje is een blokbatterij geplakt, de AB9 Hapé negen volt, waarvan de plus en de min via een draadje de andere kant van het schakelaartje inlopen.
Het knopje indrukken. Dat is alles. Hetzelfde mechanisme als het licht aandoen. Of uit.
…
Acht uur elf. Daphne wacht op de stadsbus, lijn twaalf. Zwangerschapstesten geven geen zekerheid. Zeker niet in zo’n vroeg stadium. Maar Daphne voelt zich zwanger. Ze weet het zeker. Ze heeft Rambo in de prullenbak gegooid, samen met de gekleurde strip. Haar vriend weet nog van niks. De bus verschijnt. Deuren gaan open. Mensen stappen uit, mensen stappen in. Daphne zoekt een plaats aan het raam. Ze denkt aan nieuw leven. Ze staart naar buiten. Ze ziet links van haar een meisje op de fiets de weg oversteken. Een donkerblauwe auto stopt voor haar. Geen ongeluk. Gelukkig, denkt Daphne. Geen ongeluk. De strip was blauw gekleurd. De bus rijdt. Nieuw leven.
…
Acht uur zestien. Sjors is goedgehumeurd. Elke seconde brengt hem dichter bij school. Verder van huis. Sjors is gelukkiger op zijn werk dan thuis. Het is koud op de brommer. Maar het deert Sjors niet. Hij geniet ervan. Genieten van de kou is genieten van het leven. Sjors passeert een rennende jongen. Die haalt het niet, denkt Sjors. Hij kijkt even om met een glimlach. De jongen heeft een vermoeide wanhopige blik in z’n ogen. Vet haar. Die haalt het niet.
…
Acht uur tweeentwintig. Tomas rent. Nog acht minuten voordat het tentamen begint.
…
21 december. Acht uur vijfentwintig. Momentopname. Een ochtend als anderen. Duizenden mensen in beweging. Ontwetend. Ongewis. Korte termijn doelen. Op tijd komen. Een halfje grof volkoren. Inloopspreekuur bij de huisarts. Kind naar de opvang brengen. Werk. School. In betreffende stad op betreffende datum waren op betreffend moment exact 212.851 mensen onderweg, waarvan 109.732 op de fiets, 71.318 met de auto, 14.454 te voet, 11.016 met de bus en 6.331 met de brommer of scooter. 46% van de reizigers was onderweg naar het werk, 34% was onderweg naar school, 12% ging boodschappen doen, 7% had privé-aangelegenheden en een restprocent had overige bestemmingen. Maar liefst 98% van al deze reizigers, dat wil zeggen 208.594 mensen, heeft deze ochtend vaker dan vier keer langer dan 30 seconden voor een stoplicht of zebrapad stilgestaan, wat in zijn totaliteit neerkomt op 25.031.280 seconden wachttijd, ofwel 417.188 minuten, ofwel 2.897 dagen, ofwel een kleine 8 jaar gezamenlijk wachten. Wachten om weer door te gaan.
Op het betreffende tijdstip, acht uur vijfentwintig, was 12% mobiel aan het bellen, 8% een sms aan het schrijven, 1 procent was net aan het verzenden, en 9% las een zojuist ontvangen bericht.
Een van de verzonden SMS-berichten luidt als volgt:
Liefje. Je wordt vader. Ik weet het zeker. Laten we het Rambo noemen. Grapje. Ik hou van je. Tot vanmiddag. Kus.
Een ander verzonden bericht bevatte veel spelfouten en afkortingen, maar de boodschap was duidelijk:
Hee. Zeg tegen K. dat ik later ben. Ren me rot. Kuttentamen! See you! PS: wat is lokaal?
Voorts is er een kort telefoongesprek ontvangen, een eenzijdige transcriptie welteverstaan, met een vooralsnog onbegrijpelijke strekking:
Ja. Hallo.
…
Ik wil graag upgraden naar een lifetime golden membership.
…
Ik ben geregistreerd.
…
Ja.
…
Zijn die webcams écht live?
…
Mooi.
…
Ja. Visa.
…
5478.
…
Van Duiten.
…
Dat is superstud71@hotmail.com.
…
Bevestigingslink. Zal ik doen.
…
Vanavond al? Oké. Bedankt.
…
Einde bericht. Einde bericht. Verloren mensen met verloren doelen. Verdwenen in de massa. Op de ochtend van 21 december.
…
Acht uur negenentwintig.
Sjors parkeert zijn brommer in de stalling en loopt vrolijk de school binnen, zijn helm onder z’n arm. Hij heeft er zin in.
Daphne stapt uit de bus. Ze legt dromerig haar handen op haar buik.
Meneer van Duiten zit in zijn lokaal. Hij bladert wat door zijn lesvoorbereidingen. Hij wacht op zijn studenten. Zuchtend.
Tomas rent. Hij zal exact drie minuten en vijfendertig seconden te laat komen.
…
Laat me niet alleen.
Nee, ik huil niet meer.
Nee, ik spreek niet meer,
want ik wil alleen,
horen hoe je praat,
kijken hoe je lacht,
weten hoe je zacht,
door de kamer gaat.
…
Acht uur eenendertig.
Daphne loopt de trap op. Ze heeft geen oog voor haar medestudenten. Ze is gelukkig.
Sjors is op weg naar zijn eerste klus van vandaag. Een videolokaal openen op de eerste verdieping. Hij rammelt met zijn imposante sleutelbos terwijl hij de liftknop indrukt.
Meneer van Duiten wacht nog steeds op zijn studenten. Hij staat op om een kopje koffie te halen in de pantry.
Tomas rent het schoolgebouw binnen, onderwijl een sms-bericht lezend waarin het juiste lokaal wordt genoemd.
…
Nee, ik vraag niet meer,
‘k wil je schaduw zijn,
‘k wil je voetstap zijn,
‘k wil je adem zijn.
Laat me niet alleen.
Laat me niet alleen.
Laat me niet alleen.
Laat me niet alleen.
…
Acht uur, tweeëndertig minuten, twintig seconden.
Tomas springt over de laatste trede van de trap en rent de hoek om. Hij komt dáár vandaan (wijzen richting afgesloten gang). Hij vloekt.
Vijfentwintig seconden.
Daphne wandelt rustig vanuit de trappentoren (wijzen richting toren) deze kant op. Ze krijgt zojuist een sms-je.
zeventwintig seconden.
De deuren van de lift gaan open. Sjors stapt er uit en wandelt naar het videolokaal. Fluitend.
Negenentwintig seconden.
Meneer van Duiten loopt met zijn koffie uit de pantry, terug naar zijn lokaal. Hij hoopt stiekem dat er nog steeds geen studenten op zijn komen dagen.
Dertig seconden.
Bericht openen.
Eenendertig seconden.
Rennen.
Tweeendertig seconden.
Een lichte lucht van Thruth for Men van Calvin Klein.
Drieendertig seconden.
Slokje koffie.
Vierendertig seconden.
Zoek de sleutel.
Vijfendertig seconden.
Stop de tijd.
Bevries het moment.
Acht uur, tweeendertig minuten, en vijfendertig seconden.
Tomas staat hier (wijzen naar een plek).
Daphne staat hier (wijzen naar een plek).
Meneer van Duiten staat hier (wijzen naar een plek).
Sjors staat hier (wijzen naar een plek).
Allen temidden van nog vele andere passerende studenten, docenten en ondersteunend personeel. Achtentwintig om precies te zijn. Onwetend. Verloren.
…
Zesendertig seconden.
Een linkerhand kruipt onder een jas. De hand zoekt iets. Volgt een draad. Vindt iets. Vingers omsluiten een schakelaartje. De duim rustend op de knop. Er klinkt een zucht. Je bent er. Een zenuwbaan vervoert een prikkel vanuit de voorste hersenkwab naar de achterste pees in de duim, die de voorste pees in werking zet, op zo’n wijze dat de punt van de duim zich met voldoende kracht naar beneden beweegt om de knop in te drukken. Geruisloos. Midden in de schakelaar beweegt het metalen pinnetje, de rechterkant gaat langzaam omhoog, zoekend naar contact. Contact. Er schiet direct een electron vanuit de blokbatterij naar binnen, dwars door het pinnetje, direct weer naar buiten, de schakelaar uit, het elektriciteitsdraad in, sneller en sneller, en nog een, en nog een, negen electronen zoeven door de draad, willen er uit, gaan de zijverbindingen in, snel, snel, totdat ze, tik, het uiteinde van een gloeidraadje raken dat direct warm wordt, van kleur veranderd, geel, rood, heet, gloeiend heet, alles in beweging, de magnesium strelend, plotseling ontbrandend, de zuurstof uit het kaliumnitraat ontlokkend, opzuigend, waardoor in negen bolvormige rvs-flesjes de zwavel en de koolstof vermengd met Truth for Men van Calvin Klein gaan oxideren en samen vanuit een witte sjaal en rode muts zorgen voor een dodelijk, beklemmend en alles vernietigend sneeuwwit zuiver licht.
…
Einde
0 reacties:
Post a Comment